zaterdag 8 oktober 2011

Hockey, een vak apart


Het is alweer ruim drie jaar geleden dat we op zoek gingen naar een actieve, intensieve, sport voor onze oudste dochter. Ze had haar a-b-c-zwemlessen achter de rug en veel te veel energie over nu ze niet meer één keer per week afgemat werd tijdens zwemles. Bovendien begon het wekelijkse uurtje turnen, dat ze vanaf haar zesde jaar bezocht, meer en meer te lijken op een uurtje wachten op haar beurt op bijvoorbeeld de trampoline. Niet echt de ideale sport om energie kwijt te raken.
Zelf wilde ze graag op voetbal, maar dat leek ons, ouders, niet zo’n verstandige keuze. We hoorden teveel over de verruwing op het veld en, niet te vergeten, langs de lijn. Zo piekerden we door totdat ze zelf plotseling vroeg of ze bij haar klasgenootje op hockey mocht.
De hockeyclub ligt niet op loop- of fietsafstand, maar tien autominuten van ons huis. Eigenlijk tegen onze principes om zo’n eind te slepen met je kind naar een sportclub. Hockey was daarentegen wel de sport die manlief als middelbare scholier met veel plezier had beoefend. Dus, op naar een training van het team van het klasgenootje. Ze mocht met een geleende stick meedoen. Na een uur achter de bal aan racen, kwam ze met een rode boei, uitgelaten, op ons af: “Dit is leuk, mag ik hier op?”
Wij hadden in de tussentijd tekst en uitleg gehad en ik had daarna op een bankje vooral zitten genieten van de goddelijke locatie van de hockeyvelden. Aan de ene kant omzoomd door een enorme bospartij, aan de andere kant vrij uitzicht op een heuvellandschap met paardjes, hagen en heggetjes. Ik zag het wel zitten om
de komende jaren op deze plek te onthaasten tijdens haar training of wedstrijd. Over het antwoord op de vraag van onze dochter hoefden we niet lang na te denken.

Na een half jaar trainen was het zover, haar team ging competitie spelen. Vanaf toen kreeg ik er nog een handvol onthaast plekken bij! Nooit geweten dat hockeyvelden op zulke landschappelijk fraaie locaties liggen. Gelukkig trouwens dat bij de aanleg destijds niemand nog weet had van thema’s als ecologische hoofdstructuur en provinciale ontwikkelingszones groen. Dan was de topper, qua ligging, Hockeer in Cadier en Keer, zeker niet op die magnifieke plek terecht gekomen. Trouwens tijdens de rit er naar toe, zonder tomtom niet aan te raden, doorkruis je de allermooiste plekjes in het Heuvelland.

Ik als voetbal-analfabeet ging er van uit dat ik weinig zou snappen van het hockeyspelletje. Dat blijkt toch anders te zijn als het om je eigen dochter gaat. Al snel was ik thuis in begrippen als shoot, dummy, push, flats, handicaps, stafcorner enz. Toen onze jongste dochter twee jaar later ook startte met hockey, bij de F-jes, voelde ik me dan ook een hele piet langs de lijn, naast de andere, beginnende ouders.

Eén van de weinige nadelen van de sport is dat we jaarlijks heel wat spullen moeten vernieuwen. Zo groeien de kinderen uit hun stick, schoenen, shirtje, bitje (zeker als er weer druk is gewisseld in de mond) en scheenbeschermers. Die laatste zijn trouwens, bij fanatieke spelers, regelmatig aan vernieuwing toe omdat ze stijf staan van het zweet. Als de lucht in de garage niet meer te harden is - want daar liggen ze - dan weten we dat er een nieuw paar nodig is.
Afgelopen week was het zover. Met mijn oudste dochter naar het verkooppunt dat alle hockeybenodigdheden voor haar club in huis heeft. Twee rekken vol met scheenbeschermers, maar uitgerekend haar type is er niet meer in haar maat. Na wat heen en weer gevraag en gebel wordt duidelijk: dat type beschermer is voorlopig niet meer leverbaar. Wel zijn er nog twee showmodellen, niet meer in de verpakking, veel gepast, maar verder prima in orde. Uitgebreid geïnspecteerd door mams want het moet wel goed zijn, toch? Nog een paar nieuwe sokken erbij dat pijn doet aan je ogen - fuchsia roze met strepen in alle kleuren van de regenboog - en dochterlief is in de wolken.
Thuis, twee uur later, trekt ze haar hockeyspullen aan om naar de training te gaan. De nieuwe sokken zijn al aan, ze stopt de scheenbeschermers erin totdat ik haar hoor zeggen: “Mam, dat klopt niet, ze zijn allebei voor mijn linkerbeen!”. Ik concludeer, met schaamrood op mijn kaken, ik heb nog veel te leren in het vak dat hockey heet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten