Je weet als ouder dat je kinderen er zijn om ze los te laten. Je doet niets anders vanaf de dag dat ze naar de opvang, de peuterspeelzaal of de basisschool gaan. Maar toch is het de ene keer moeilijker dan de andere keer.
Dat laatste overkwam mij ruim een week geleden. Dochterlief, bijna 11 jaar oud, vroeg of ze met twee klasgenootjes naar de nieuwste film van Carry Slee mocht gaan. De ouders van één van de klasgenootjes waren bereid hen te brengen en te halen en zouden tijdens de film in de stad blijven. Na wat wikken en wegen, besloten we dat dit moest kunnen.
Er volgde een zoektocht op internet naar de filmtijden. Na overleg op het schoolplein over de beschikbare dagen en tijdstippen, was de conclusie: alleen de film van woensdag om half 5 is haalbare kaart. Probleem: géén van de vaders en moeders kon op dat tijdstip in de stad zijn. Een aantal was aan het werk, één ouder was met een uitstapje mee, ikzelf moest de andere dochter van en naar muziekschool en hockeytraining halen/brengen, enz. Er was één denkbaar scenario: een vader zou hen brengen en een moeder zou, na haar werk, hen ophalen en thuis brengen.
Oeps, dat was een wat minder veilige gedachte. Geen ouder tijdens de film standby in de stad. Nee-zeggen kon natuurlijk niet meer. Dan maar diep ademhalen en “god zegene de greep”.
Op woensdagmiddag bracht ik onze dochter naar het klasgenootje. Bij de voordeur kreeg ik nog een verdwaalde kus en daar stond ik. Mezelf geruststellend toesprekend dat ze echt niet in zeven sloten tegelijk zouden lopen. Bovendien gingen ze naar de bioscoop waar ze, alle drie, al heel vaak waren geweest, ze kenden de weg, het was klaarlichte dag enz. enz. …
Het lukte prima. Ik dacht niet meer aan het uitstapje totdat het ter sprake kwam langs het hockeyveld, tijdens de training van onze jongste. “Wij waren toch een jaar of 15, 16 voordat we voor het eerst, zonder ouders, naar de bios gingen?” zeiden we tegen elkaar. Inderdaad, tijden veranderen.
Op de afgesproken tijd werd onze dochter thuisgebracht. Ze vertelde honderduit over de film (een echte Carry Slee-film over problematiek die meiden van die leeftijd bezighoudt); de drankjes en de versnaperingen die ze gekocht hadden (allemaal iets anders zodat ze samen konden delen); de bijna lege filmzaal (er waren maar vijf andere meiden waarvan twee meisjes, vergezeld door hun moeder, jaloers sisten “waarom mogen wij niet alleen gaan terwijl wij ouder zijn dan zij”).
Kortom, alles was naar wens gegaan. Ze hadden een leuke middag gehad en voelden zich enorm groot en zelfstandig. Totdat onze dochter mijn vraag over de heenreis beantwoordde.
De vader van het klasgenootje had hen niet tot bij de bioscoop kunnen brengen. Ze waren een stukje verder, bij de parkeergarage - waar wij vaak parkeren als we naar de stad gaan - afgezet. Geen van drieën bleek de weg te weten naar de bioscoop. Wel wist één van hen de weg naar de McDonald’s! Ze besloten daar naar toe te lopen en daar de weg verder te vragen. Gelukkig had onze dochter onderweg ineens een stukje stad herkend. Zij had vanaf die plek de meiden naar de bioscoop geloodst. Ze zuchtte erbij: “we hebben daardoor een heel stuk om gelopen, maar we waren gelukkig nog op tijd.”
